Verhalen roepen herkenning op. Er wordt gelachen, er valt iets van mensen af. Heel even ontstaat een moment van hoop en perspectief. Een nieuwe gedachte, een onverwachte invalshoek, een stukje theorie dat ineens wél landt. Collega’s zoeken elkaar op, er ontstaat verbinding en uitwisseling. Even voelt het lichter.
Tijdens de borrel ontstaan plannen. Er wordt besproken wat er anders kan en wat men zou willen oppakken. Goede voornemens genoeg.
Maar de volgende schooldag slaat de realiteit toe. De inbox loopt vol, een collega meldt zich ziek en die stapel nakijkwerk ligt er nog net zo. Binnen een uur voelt de studiedag weer ver weg. Niet uit onwil, maar door de waan van de dag die in het onderwijs nooit stilstaat.
Organisatoren herkennen dit patroon. Een sterke lezing is waardevol, maar geen garantie voor blijvende impact. De vraag is dus: hoe zorg je dat inspiratie niet verdwijnt zodra de dagelijkse drukte terugkeert?
1. Ervaren werkt beter dan luisteren
Onderwijsprofessionals leren niet van nóg een model of nóg een sheet. Leren ontstaat wanneer mensen ín het verhaal stappen. Herkenning, interactie en uitwisseling zorgen voor ruimte. In dat gezamenlijke moment ontstaat iets dat blijft hangen. Ervaring beklijft, theorie veel minder.
2. Gevoel verankert beter dan inhoud
Na een week blijven uit een lezing vaak maar één tot drie dingen hangen. Niet door gebrek aan aandacht, maar omdat inhoud snel vervaagt. Wat wél blijft, is het gevoel dat een verhaal opriep, een moment van herkenning of een zin die precies benoemde wat al langere tijd speelde. Gevoel laat de inhoud landen.
3. Zonder herhaling ontstaat er geen verandering
Ervaring en gevoel openen iets, maar zonder herhaling zakt het net zo snel weer weg. Een kort reflectiemoment in dezelfde week helpt al, waarin collega’s in kleine groepjes onder woorden brengen wat hen raakte en waarom. Dat verankert.
Laat teams vervolgens maximaal drie concrete inzichten formuleren, of laat iedereen er één kiezen. Beperk het bewust. De kracht zit in de uitwisseling, niet in de hoeveelheid. En maak de gekozen inzichten zichtbaar, bijvoorbeeld in de docentenkamer. Zichtbaarheid houdt het gesprek levend.
Tot slot
Wat ik waardeer aan Sprekersarchitecten, is dat ze meedenken over wat er na een lezing nodig is. Niet als afsluiting, maar als beginpunt. Dat past bij hoe het onderwijs werkt en bij wat ik wil bijdragen: verhalen die raken en ruimte maken voor verandering.